Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Toon: Tweede balet.

PRocris, ach mijn waerde! V geraekt, wreede Schicht, die u smeeden Moet na Nikkers aerden: Door dien ik u niet Vytgaen liet Om verdriet, Voor mijn ziel te beschikken, ach! heden Wert mijn luk vertreden.

2 Door dees’ Pijl die ‘t leven Van mijn Lief roofde:

Phœbus verdoofde Doen sy ne’er-viel, geven De Kruyden geen blijk, Dat mijn Rijk Leyt in ‘t slijk: Ach! ja sy treuren, en op haer blaede Lees ik mijn versmade.

3 Lieve bleeke Lippen! (Eertijts als Roosen, In ‘t eelste bloosen) Ik genaek u Tippen: Ach bestorven Mont! Soo gy kond. Opent terstont; En seght noch eens, Cephale, Cephale! Wat hant kan af-male.

4 Mijn onluk, geen menschen: Want noyt geschiede Onder de liede, Die malkand’ren wenschen

Welgaen, dus een woort Gode, smoort My ook voort, Op dat ik Procris mach geleyden, Sonder oyt te scheyen.

‘t Vertreede Rijst.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove