Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Stemme: Als Apol sijn vyer’ge paerden. M Et de oogen toe-gelooken, Sluym’rend’ lach gedooken, Philander, onder tengre telgjens van een Else Stam, Daer ‘t aertsche gras, En Klavre wasch, Verquikkend rooken: De lommer, ‘t licht,

En bly-gesucht, Appolloos schijnsel nam.

2 Door bedriegelijke droomen, Hem de geest ontnoomen, Verscheen sijn wreed’, en stuersche vyandinne Carileen, Haer grage bend’, Daer dicht ontrent, Uyt d’ heldre stroomen Verquikking had, Van ‘t Silv’rig nat, En klavre ging vertre’en.

3 Vyt de Coralijne tippen Docht hem, liet sy slippen, Dees’ waerd’, en vriendelijke woorden met een held’re klank, En soete geur, Schietende deur De Ambrosijne lippen, Philander, ach! Niet meer ik mach, Door Cupidoos bedwank:

4 In dees troost behoeft’ge pijnen, Hulpeloos u sien quijnen, Maer zijt versekert, van mijn gunstige genegenheyt, ‘t Vyer, door de schicht (Van Paphos Wicht) Ontfonkt, ‘k sal doen verdwijnen V felle smert, Mijn ted’re hert Dwingt, tot medoogentheyt.

5 Dies ik in mijn gantsche leven, Noyt u sal begeven, Tot loon van trouwe minne, mijn bewesen t’aller tijt, V vlam vry blus, Met kus, op kus, Door min gedreven: Maer d’ Herder ras Bevond, hy was Door yd’le droom verleyd.

Daalt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove