Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Stemme: La Durette. IN dien gy door gebeden Noch te bewegen zijt, Soo sie hoe dat u Herder lijdt; Ey! hoor mijn laetste reden, En wat mijn stramme Tong Tot dit Minne-klaegen dwong.

2 V stadig oogen-lonken, V minnelijken mont Die hebben soo mijn ziel gewont, Dat ik in heete vonken Versmeulen sal tot niet, Soo gy mijn geen hulp en biet.

3 De laege Tamarisse (Beswangert met mijn rou, Veel meer als met een Morgen-dou) Die sullen nimmer missen

Te melden, yeder een Vwe koelt', en mijn geweer.

4 Alcides liefd' d' Abeelen, De Wijn is Bachus lof, En Venus mint het Mirten-Hof; Apol komt Daphine streelen: Doch met geen grooter Min, Als ik doe mijn Herderin.

5 Maer wrange Nimph u vluchten Betoont dat ik u schijn, Als Aconijt, of 't vuylst' fenijn, Want of ik klaeg en suchten Dat bossen leenen 't Oor, Gy vergunt mijn geen gehoor.

J. Nooseman.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove