Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Stemme: Nu sich ondankbaer toont mijn herderinne. M ijn hert gestadig vol vreemde gedachte, Leyt vast gekluystert door soete Min, Eens schoonheyt, die al mijn zielens krachte Gantschelijk nu heeft getoogen in: Daer helpt geen tegenstant, ik willig sterf, En soek haer hert, wijl ik het mijne derf; Op dat sulk derven my, noch hoope voet, Droef zijnd', en bly, en my gedenken doet.

2 Aen mijn Liefs oogen, en soete lonken, Die met haer straelen tot mywaerts quam, Door hondert duysend Minne-vonken, Heeft doen veranderen in een vlam, Waer in ik leg verwont, niet leven kan: Of Schoone neemt my voor u Dienaer an.

Weygert gy 't Nimphje, ach! 'k van rouwe sterf, Soo ik naer droef geklag, u trouwe derf.

3 O! blonde Venus, laet uwe Soon daelen Toch hier beneden in mijn Liefs hert; En met een schichtjen mijn lijden af-maelen: Op dats' aenmerrekt mijn groote smert, En al mijn sware pijn, en droeve druk Verandert eens in vreugt tot mijn geluk: En haer het herte wroegt, tot weder min, En wy te saem gevoegt, van eenen sin.

4 Dan sal ik looven, en Cupido prijsen, Offeren u dan met volle dank, Tranen, en suchten, die mijn doch steets spijsen, Sullen my spijsen mijn leven lank, Soo 'k van haer soete mont geen troost verwerf, Ik tot der doot gewont, van rouw dan sterf; En soo naer d' Acheron dan heene gae, En u die my verwon, bid om genae.

5 Mijn Galathea, voor 't laest ik u melde, En u met smerte verwachten gae

By Pluto in d' Eliseysche-Velde, Ik u noch smeeken sal om gena, Op hope, dat dan eens u wreede hert Sich mocht erbarmen, mijn voorleden smert, En ik daer door geniet, Vol vrolikheyt, V licht sonder verdriet, Dat my geleyt.

Hoop Geleyt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove