Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Toon: Cesses mortels de sousperir. A Ls Phoebs jongst-mael was in rust, En dat Diaen haer voetstap wende, Om yeder in sijn hoogste lust Te lichten, wierd' ik met elende (In plaets van vreugd') helaes bestort! Die door 't herdenken grooter wort.

2 Vermids ik sag de kuysche ziel, Vyt mijn Clarind' was weg geweken, En 't geen sy overig behiel, Word nu uyt noot van my versteken: Fy schand' die mijn de ziel ontdraegt, Nu dat Clarinda is ont-maegt.

3 'k Vervloek mijn min nu van die stont Dat ik haer kuste met mijn lippen: Ach! had die over-geyle mont, In plaets' van Nectar laten slippen,

Het slimste gift dat Cerb'rus braekt; Soo was ik hier niet toe geraekt.

4 De lonken die sy eertijts placht Te schieten, met vervalschte oogen, Die dringen nu in mijn gedacht, En porren my om wraek te poogen Aen hem, die hare ligte sin Gebracht heeft tot onkuysche min.

Rusteloos.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove