Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Toon: Galiarde nouvelle. 't WAerste Soet, Dat my de borst doet blaken, En me'e voed, Is 't blosent soet uwens Kaken, En Lipjes soet, Die als een vloet, Mijn hert Door-vloeyen, tot verwekking' van mijn smert, Want wie kan u schoonheyt, De welk in u ten toon leyt, Wil ik gaen,

Ik stook de vlamme aen, Die mijn de borst door uwe min doen brae'n, 'k Vind' geen raet, Noch baet, Om u sin, Tot min Te wekke, en met kunst, V gunst Te winnen door de tijt, En stadigheyt, 't geen ik sal doen met vlijt.

2 Soo ik kan Tot dit geluk geraken, 'k Sal u van Dees' weldaets soet doen smaken Het aengenaemst', 't Geen u bequaemst' Sal zijn Tot vrolikheyt, en mijn verwonne pijn: Want hoe soud gy soetert My haten? die als roet-wert, Soo wanneer V stuersheyt my toe-keer' Die door de quel mijn quale stadig meer':

Want gy kand, De brand, Met de douw, Me-vrouw Verdelegen, en verdoen, De gloe'n Die my quelle geeft genae, Ey haestig! want de tijt vereyst het drae.

C. V. O.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove