Stemme: Na huys mijn krielende Vee, &c.
EEn kussje Rosemondt
Tot lavingh vande wondt,
Die de glans van u licht
Heeft in mijn ziel gesticht.
2De slibber gladde Ael,
Gekloven door het staal
Poocht noch staech in sijn pijn
By d'ander helft te sijn.
3Soo haeckt mijn zieltje mee,
Geduerich na de stee,
Daermen sijn vryheyt nam,
En gaf den romp ten vlam.
4Laeft dan mijn brandent hart,
Tot slinckingh van mijn smart,
Met een kus van u mont,
En maeck mijn weer gesont.
Veerder.