Skip to content
1643

Amsteldamsche minne-zuchjens

Anoniem

Stemme: Carileen. Majus Troon, Bromt roemrijk door de werelt, Haar Triomph-geschater bralt, Van daar Phoebi gevley, Ciert beemd' en Mey, Tot, daar s' haar glans met Wolcken damp omwalt: Schoon haar croon, Niet heerlijk is bepeerelt: In Coninklijk gestalt: Schoon sy geen marmre woon, Of gulde Troon, Heeft vol saphyr, hyacinth en Esmaralt;

Nochtans haar woon-doel Met gebloemt bespreyt, Trots eenig Troon-stoel, Yders hertje vleyt, 't Gewas, Selfs 'tgras Een 't gebloemt, Verheught, Aen de jeught, Majas lieflijck heeden roemt. 2 Silvia, Drijft haar gecrolde Schaapjes, Langs het Silviaensche dal, Maar siet, ay! siet, hoe soet, Haar Cloris moet, Cust en omhelst haar, toont een blygeschal; Granida, En kan geen vreucht meer raapen, In d' hoofsche ydel-heyt, Comt afgedwaalt ter stee,

Maer Dorilee, Met Daiphilo haar graage beesjes weyt, Haar teder Hertje, Voelt een minne vonk, Opent haer smertje, Met een soet gelonk, Aan dien, Om wien, Sy d' hoofsche pronk, Verliest, En verkiest, Voor een troon een linde-stronk. P. Dubbels spe vivo: Hoop baert troost.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamsche minne-zuchjens · Anoniem · Poetry Cove