Skip to content
1643

Amsteldamsche minne-zuchjens

Anoniem

Stemme: Het Nachtegaaltje kleyne &c. AL 't levenloos en 't leven // wat rept en niet en rept, Wert, door des Scheppers hand, Een nieuwe kragt gegeven, nieuw leven in geschept, Nieuw voetsel ingeplant. Niets blijft in eenen standt. 't Versterven, en verrijsen Heerst al wat wesen heeft; Op datmen God souw prijsen, Die steeds nieuw gaven geeft. 2Den Hemel, als ontsloten, stort dauw en, voetsel uyt, Tot vreugd en vrughtbearheyt: Dies telgen, tack, en loten, en bloemen, gras en kruyt

De Werelt overspreyt, Alt saam tot nut bereyt Van 's Menschen smaack en sinnen, In vollen overvloet; Op datmen souw beminnen Die dese dingen doet. 3De stromende Revieren, omcinghelt van 't geboomt, Belommert vande blaan, Daer in de Pluym-gedieren // met sangh te samen koomt, Om ons te wijsen aan Verheugt tot Godt te gaan, Die spreken sonder spreken, Sy dwingen sonder dwangh, En tonen danckbaer teken, Door haar verheven sangh. 4Treet inde blyde paden // kreuckt 't Jeughdich klaver gras, Pluckt af 't bedauwt gebloemt, Wilt uwe lust versaden met 'tvruchtbaar Velt-gewas, En uwen Gever roemt, En hem u Vader noemt,

Die d' Vaderlijcke Minne Aan u, als Kint bewijst; Dies hem, met hert en sinne, Eerbiedich looft en prijst. C. D. Wittenoom.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamsche minne-zuchjens · Anoniem · Poetry Cove