Skip to content
1643

Amsteldamsche minne-zuchjens

Anoniem

Stemme: Wanneer de Son het morgen roodt. O Schoon verweende dageraet In 't Oosten op geloken: Ik sie u Goddelijck gelaet Ten Hemel door gebroken: Ik sie dat Phoebus neder daelt, Op Bosch, op Boom op, Bergen straelt En pronkt met sijn cieraden, Op kruydt, en bladers van het Velt, Nu haer Bellinde neder stelt, En rust in Roose bladen. 3Bellinde maekt een Roosen bedt En leyt haer om te rusten,

Soo haest als sy haer neder set Droomt sy van minne lusten, Soo langh sy inder Roosen sliep, Was 't Damon, Damon die sy riep Door schaemt geciert met bloosen; Ey! Damon, Damon koom by my, En rust u aen mijn groene zy, Hier, in een bedt van Roosen. 3Ach! Damon! waerom komt ghy niet? Wat doet u 't vryen schromen; Waerom is 't dat ghy van my vliet, En durft nauw by my komen? Al hebt ghy, Herder! schat, nogh goedt, U deughden, en u trouw gemoedt Verlieven doen mijn zinnen; Ey! koom! wilt my u minne bien Ik sweer, u zal die gunst geschien Dat ik u weer zal minnen. J. K.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamsche minne-zuchjens · Anoniem · Poetry Cove