Skip to content
1643

Amsteldamsche minne-zuchjens

Anoniem

Stemme: L'avignone. DEucht yverende Maagt, Wiens schoonheyt, de faam ten, blaauw gewelfsel draagt, Roem-waarde Son, Soo ik u kon, Ten Hemel heffen ik begon, Doch leyend', En vleyend' Mijn sin, Goddin, Ik nergens vin, Genoegsaam stof; Doch met verlof, Door snuffel ik u schoonheyts hof.

Cornelia 't gegluur, Vws oogjes vol soet gestraal en Hemel-vuur, Praalt of de Son, Sijn kruyn begon, Te steecken uyt Neptuns bron V oogjes, Met boogjes, Beset, Juyst net, Als of se met, Apelles hant, Waaren geplant Cieren als 't Gout den Diamant. 3Vw kaakjes soet gebloos, Pronkt schoonder als eenig vers ontlooken roos, Wijck Venus wijk Diaan, V schoonheyt is maar waan, Dees roosjes d' uwe te boven gaan: De tipjes, Vws lipjes,

Die sijn, Robijn, Waar Ambrosijn, 't Gewelf omringt, En door yvoire klipjes dringt: 4Gy sticht in u gemoet Een Tempel: voor d' Hemel-prins met al sijn stoet: Alwaar de reen, Voor an komt treen, Als vaader vande goede seen: V leden, Besneden, En net, Omset Met poeslig vet, V geestigheyt ô Soete meyt, Toont dat gy geen boerin en sijt. V. E. A. D. P. Dubbels, spe vivo, Hoop baert troost:

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamsche minne-zuchjens · Anoniem · Poetry Cove