De knikkers.
Wij Knikk'ren op dees vlakke baan;
Elk schiet zijn makkers knikkers aan;
Wij spelen kunstig met elkandren;
De een wint het spel zoms van den andren,
Verliest men 'er eens drie of vier,
Wij wachten ons voor boos getier;
Wie kan altijd gelukkig wezen?
Wij moeten vloek en schelden vrezen,
Zo smaken wij de zoetse vreugd,
Die ooit der kindren hart verheugt.