Skip to content
1792

Aardige en vermakelyke joe, joe, joe

Anoniem

Minne-Klugt van een Matroos en een Naaister.

1. Agter in de Ridderstraat, Daar woonter een Meisje fyn, Een Matroosje kan haar helpen, Ja, ja, van valderala, Een Matroosje kan haar helpe, Van al haar smert en pyn. 2. Sy liet haar minnebrief schryve, Na de Stad Rotterdam, Dat zy by haar Lief moet kome, Ja, ja, van valderala, Als dat haar Lief moet kome, Die het Meisje helpe kan. 3. Haar Liefje in de kamer kwam, Die zag het Meisje aan, Hy zag het wel aan haar bruyn ooge,

Ja, ja, van valderala, Hy zag het wel aan haar bruyn ooge, waar hy ze helpe kan. 4. Hy namze in zyn arme, Hy kuste haar rodermont, wel vierenveertig werven, Ja, ja, van valderala, wel vierenveertig werven, Het Meisje wierd gezond, 5. wat zal men het Matroosje vereere, Voor zyne kloekmoedige daat, Een Kindje in de wiege, Ja, ja, van valderala, Een Kindje in de wiege, Met mooi gekrult zwart haar. 6. Maar als het Kind een zoontje is, Sal het een Matroosje zyn, En klimmen in de Maste, Ja, ja, van valderala, En klimmen in de Maste, Geen weerga moet 'er zyn. 7. Maar als dat Kind een dogter is, dan zal het een Naaister zyn, dan zal ik haar laate naaije, Ja, ja, van valderala, dan zal ik haar laate naaije, Voor een Matroosje fyn. 8. Een Matroosje moet het weze, Spant boove al de kroon,

Ik zal hem myn Trouwtje geve, Ja, ja, van valderala, Ik zal hem myn trouwtje geven Het is een braaf Persoon.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Aardige en vermakelyke joe, joe, joe · Anoniem · Poetry Cove