Skip to content
1858

Schaduwbeelden uit Suriname

Anna Ampt

II.

Zie ginds dien trotschen, breedgetakten, Dien eeuwenouden, forschen boom!

De orkanen van het Westen knakten Geen van die twijgen, mat en loom, Door hunne zwaarte nederhangend; Verkoeling van het mosch erlangend, Raakt iedre tak den groenen grond, En vormt de digtste lustprieëlen, Waartusschen dartlende apen spelen, Insecten glanzen onder 't groen, En Cacatoeas, Parakieten Zich wieglen tusschen 't bloemfestoen, Als of ook zij den geur genieten, Dien duizend kelken waadmen doen. ô Mango! Vorst dier boomkolossen, Der tropische, ongevormde bosschen! Geen wonder dat uw majesteit Den wilde eerbiedig neêr doet knielen Waar gij uw koele schaduw spreidt! Hij voelt almagtig zich bezielen, Bij 't flaauw bewustzijn, dat een Magt, Een bovenmenschelijke kracht Die wondren der Natuur formeerde;

Hij zoekt zijn God in dier of plant, En heiligt dien ten offerand Wat hij als 't schoonst of 't nuttigst eerde. Zie! bloemenkransen, geurig ooft, Een kieken, pas aan 't nest ontroofd, Rijst, graan, gerold in palmen-blâren, Zijn aan den voet des booms gelegd. - Want 's avonds laat, dus wordt gezegd, Bij 't bleeke, heldre maanlicht, waren De geesten der gestorv'nen rond, En wee! waar zich geen offer vond! De zon, reeds lang der kim ontrezen, Doopt in een zee van vloeijend goud Den godgewijden boom van 't woud, En werpt heur licht op 't donker wezen Eens kleurlings, die zijne offers bragt Nog vóór de scheemring van den morgen. 't Gelaat is somber, als de nacht, Die 't onweêr in zijn floers verborgen, En 't bliksemvuur verscholen heeft; Geen lach, die om de lippen zweeft,

Strak zaamgeperst, of snel bewogen, Als tot een bittren grijns; de gloed, Hel flikkrend uit zijn duistere oogen, Spreekt van een vuur, door wrok gevoed, Dat zelfs geen ouderdom bekoelde, Schoon 't jaren in den boezem woelde, Dien hartstocht, wraakzucht, mensckenhaat Eerst met den jongsten snik verlaat.

En naast dien sombren grijze staat Een maagd, in 't prilst der levensjaren. De fijne, blaauw doorschijnende âren Aan 't edel voorhoofd, 't zielvol oog, De fijn gewelfde wenkbraauwboog, De glanzig ravenzwarte hairen, Het schoon, antiek gevormd gelaat, De licht gekleurde huid - 't verraadt Dat ze, uit vermengd geslacht gesproten, Die donkre tint, dier blikken gloed Ontleent aan 't Africaansche bloed, Als 't erfdeel van heur stamgenooten.

Zij scheen een lichtgestalt, die vrouw, Van onschuld, jeugd, en schoonheid stralend, Wier liefde, rein en zegepralend, Dien diep rampzaalge redden wou. Zij schijnt geen kind der wildernissen, Ruw, ongevormd, daar opgegroeid; De ziel, die uit haar wezen gloeit, Doet hoogere beschaving gissen. - Zie! peinzend heft ze 't hoofd omhoog, En angstig rust haar zielvol oog Op 't woest gelaat des Grijsaards. Rozen, En loovers, smaakvol uitgekozen, Heeft ze aan den boomstam neêrgelegd. Beschroomd en aarzlend treedt zij nader, En raakt hem zachtkens aan, en zegt: ‘Zie hier gebloemte en ooft, mijn vader! Thans gunt ge mij één enkel uur Te rusten, en mijn morgenbede Tot d' eeuwgen Vader der Natuur Hier uit te staamlen....’ - ‘Ha! kom mede,’

Zoo spreekt hij dof en droomend: ‘kind! Zie! neem die bloemfestoenen, bind Ze langs die twijgen - nu die spijze Hier neêrgelegd naar de oude wijze: Want zie! hier zweeft een geestendrom Door 't digt geboomte zoekend om. Wee! zoo de geest der wildernissen Dat offer van mijn hand moest missen!’ - Hij werkte voort met woesten lach, En zij stond stil en bevend.... ach! Geen oog dat op heur zielstrijd zag, Dan 't oog van Hem, dat, nooit gesloten, De wording der gedachte ziet, De kiem van elke daad bespiedt, Waaruit het goede is voortgesproten. Zij, die dáár ginds vol eerbied knielt, De handen biddend zaamgevouwen, Het kalm gelaat zoo hoog bezield, Zoo vol van kinderlijk vertrouwen, Zij deelt den vloek van 't arm geslacht, Door ons vervolgd, verdrukt, veracht, -

Het ras dat we aanleg, geestvermogen En rede ontzeggen, - dat verlaagd, Verdierlijkt, onder 't juk gebogen, De keetnen schudt met magtloos pogen, En nóg vergeefs om redding vraagt!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Schaduwbeelden uit Suriname · Anna Ampt · Poetry Cove