2.
Gryp moed, jonge Spruit, gryp moed,
Bevry onze eertyds vrye muuren;
Het schort aan trouwe buuren
Nóch burgerbloed, nóch goed;
Géld, een goede zaak, én 's Hémels zégen,
Alwaar op een krygsman zich verlaat,
Hébt gy van Gód, hébt gy van Gód verkreegen,
Tót voorstand van den Staat.