Van het tweede Deel.
Ach Filis allerschoonste maagd. Pag. 183
Ach! wat mag u uw schoonheid baaten. 186
Als ik dénk om 't lustig leeven. 196
Als ik zie het heiloos leeven. 198
Beweeg'lyk rond, doorluchte boogen. 163
Belle Ange m' Amour. 240
De liefde die 'k u draag. 189
De kunst, die d' adem scheen te geeven. 224
De Hémel gunn' aan 't groot beleid der staat. 226
De meeste Mannen die men ziet. 254
Filis uw lonken. 181
Franse Brandewyn is een lékker zoopje. 190
Flésje maat hoe zoet zyn de teugen. 192
Gaa de Vrouwen niet voorby. 255
Het brood kóst vyfmaal meer als 't plag. 179
Hoe wordt de wraak in haare drift bedroogen. 229
Jupyn, wy zyn bereid. 208
Ieder zót heeft zyn marót. 235
Ieder Boer en ieder Ménsch. 247
Liefste gy zyt amiabel. 185
Laat ons met blyde klanken. 217
Lést zong Keesje Horrelvoet. 233
Laat ons zingen, danssen, drinken. 252
Laat de Spanjaard water drinken. 249
Naa 't zuure wordt het zoet verkreegen. 178
Ontzinde zinnen die voorheen. 194
O lang gewénschte heerschappyen. 199
O lang gewénschte heerschappyen. 201
O behaagelyke dagen! 204
O beklaagelyke dagen! 205
O wat aangenaamer dag! 222
Och Jaatje lief, myn waardste schat. 242
Op een Bruilóft voegt geen twist. 251
Te wreed ontzach, gy dwingt my dan te zwygen. 188
Uwe oogen, Filis, en uw aard. 184
Verméng, verméng, verméng. 220
Wie durft den grootsten Koning térgen. 210
Zie na om laag uit uwen troon. 206
Zoet vermaak van onze jeugd. 232
Zoet vermaak van onze jeugd. 238
Cookies on Poetry Cove