2.
En beurt het dat Spékjan, met bussen, en met lanssen,
Door Wilhem den Héld,
Uit zeê, én uit véld,
Slaat de Engelschen, en Franschen,
Zo dénken wy om 't jaar hier wéêr te schranssen;
Want rond uit,
Dat 's de buit,
En de bruid,
Waarom wy jaarlyks danssen.