3.
Laat geen' groote Magten u verschrikken;
Dénk één man staat voor één man:
Laat geen looze laagen u verstrikken;
Neem geen schyn voor waarheid an;
Laat u tóch door geen Religie paaijen,
Menig weet daar door zyn naad te naaijen,
Die met Gód, en Gódsdienst lacht,
Wétten, eeden, en verbond verkracht.