Skip to content
1717

Mengelzangen

Andries Pels

1.

Jufvrouw, op uw Verjaaren, Zo

stél ik myn' snaaren, Met droefheid, in huis; Ik zoud 'er zo gaaren Méê spee-len gaan vaaren, Maar 'k durf het niet klaaren, Is dat niet een jammerlyk kruis? Ach! mogt ik ééns méê, Myn zieltje dat réê Op stélten, én 'k weet niet wat

dat ik wél déê! Maar 't is uit de kyk; Ik zit met myn' scheenen, En bul-ti-ge beenen Voor 't vuur, als een lyk; En al myn verdriet Dat acht jy lui niet; O dar-te-le Jeugd, Jy lacht met myn steenen, En zit in de vreugd.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengelzangen · Andries Pels · Poetry Cove