2.
Kruid, én zalf, Heelt maar half,
Zo de kunst, Door de gunst
Van omhoog, niet wordt gestérkt;
Médecyn Is venyn,
En de drank Maar een stank,
In het lyf daar zy op wérkt,
Zo des Hémels milde zégen
Zich by de artzeny niet voegt,
Och dan loopt ons alles tégen,
Hoe men arbeidt, zweet, én zwoegt.