2
Myne oogen, die uw' volmaaktheden zagen,
Zyn vol getraan, door uw' wreedheid, én plaagen,
Dóch staaren steeds op uw volmaakt gezigt.
O min, O min! wil de schoonste beweegen;
Hélp my uit lyden, ik kan der niet tégen,
Want ik verlies het leeven door uw' schicht.