Skip to content
1732

Lusthof des gemoets

Alle Dercks

Op de Wijse: Heft op u hert, opent u ooren. GAbriel was van Godt gesonden In eenen Stadt van Galileen, Nazareth, na Lucas vermonden, Tot een suyvere Maget reen. 2. Ondertrout met een Man ydone, Den welcken die men Ioseph hiet, Van Davids huys, de Maget schoone Hiet Maria, vaet dit bediet. 3. Den Engel quam tot haer met vrede, Sprack weest gegroet, vol gratie soet, D'Heer is met u, gezeegent mede, Zijt g' onder alle Vrouwen soet. 4. Als Maria d'Engel aenschoude, Verschrickt'se in sijn reden fijn, Maer op den Heer sy vroom betroude En dacht wat groete mach dit zijn. 5. D'Engel sprack, wilt u niet vervaren, g' Hebt genaed' gevonden by Godt, g' Sult ontfangen en vrolijck baren, Een Soon in u Maegdelijck slot. 6. Iesus sult gy heeten sijn name, Hy sal wesen van machte groot, Des Alderhoogsten Soon bequame Zal hy heten zijt dies wel vroet. 7. Godt de Heere die sal hem geven David sijns Vaders Stoel exlent, Over het Huys Iacobs verheeven Zal hy Regeeren sonder ent. 8. Maria sprack, hoe mach dit wesen? Want ick bekenne geenen Man, De Engel antwoorde na desen, D' Heylge Geest sal u komen an. 9. De kracht des Hoogsten sal te voren

Omschaduwen u, soo't betaemt, Daerom't Heylig, 't welck wordt geboren, Sal worden Godts Soone genaemt. 10. Was niet Elisabeth u Nichte Onvrugtbaar en baard nog een kint? In haer ouderdom, 't is Godt lichte Om doen, dat hy hem onderwindt. 11. Maria ging van d' Engel Leren Sy geloofde met een verblien, En sprack, hier is d' dienstmaegt des Heeren Na u woorden moet my geschien.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof des gemoets · Alle Dercks · Poetry Cove