Skip to content
1732

Lusthof des gemoets

Alle Dercks

Op de wijse: Anhoort Broeders en Susters te gaer. GY Christenen hoort dit kleyn vermaen En wilt dit Liedt in danck ontfaen De Schrift doet het ons oorbooren, Dus wilt dit wel te recht verstaen, Den arbeydt is anders verlooren. 2. Wy souden geerne wesen genaemt Godts kinderen, soo 't wel betaemt, Soo moeten wy, hoort nae desen Omgordt zijn met der Liefden bandt, En onsen Godt van herten vreesen. 3. Sijn woorden doen ons vermanen fijn Ootmoedigh van herten te zijn, Dat quaedt met goet te betalen, Ons' woorden met Sout gemengt te sijn, Ende wegense als in Schalen. 4. En wacht u wel voor sonde en schant Waer dat gy zijt aen allen kant, Wilt de Schriftuire doorgronden, Op dat u licht niet duyster en brandt, En weest niet lichtweerdigh van monde. 5. Aenhoort het doch wat ons Paulus seydt, Hoe klaerlijck dat hy 't ons uytleydt:

Quaedt geklap verderft goe zeden, Dus wandelt als uwen roep betaemt, En hebt wel acht op uwe reden. 6. Dit is aldus een simpel bediet, Met korte woorden in dit Liet, Of daer yemandt mee waer behangen, Want het betaemt den heyligen niet Die hebben wel acht op haer gangen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof des gemoets · Alle Dercks · Poetry Cove