Skip to content
1732

Lusthof des gemoets

Alle Dercks

Op de wijse: De aerd' is onses Godts voorwaar. RYst op mijn ziel met al u kracht, Looft u verlosser met andacht, Die door sijn sterven heeft verslagen U Vyanden, Hel, Duyvel, Doodt, En heeft door sijn opstandingh groot Haer Heerschappy ten toon gedragen. 2. Christus, wy loven u te saem, Voor sulcken liefde aengenaem Dat gy onse verwinners woedigh Door uwe stramen hebt gewont, Door u banden haer krachten bondt, En smoort haer door u wonden bloedigh. 3. Lof, die om onse sond' alleen Den bitt'ren doodt, soo hebt doorstre'en, Die ons met eeuw'ge smert verwachte Lof, die om ons gerechtigheydt Verresen zijt met heerlijckheydt, En opgestaen met grooter machte. 4. Daer gy ons al-te-samen meed' Verworven hebt den heyl'gen vreed' Met uwen en met onsen Vader, En ons nu hebt versamelt bly, Tot een verkoren Borgery, Met 't Hemels geselschap te gader. 5. Ons Hert, Ziel, en inwendigheydt Looft u met grooter vrolijckheydt, Kracht, Raedt, Heldt, en eeuwige Coningh Geeft ons oock te verrijsen meest Voortaen met ons gemoet, en geest Tot u, en tot u heyl'ge woningh. 6. Dat d' oude mensch mach t' onder gaen In ons, en weer de Nieuw' opstaen In een vernieut gemoet, en leven:

Dat wy, die soo verrijsen hier, Oock mogen namaels, goedertier Verrijsen tot u Rijck verheven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof des gemoets · Alle Dercks · Poetry Cove