Skip to content
1732

Lusthof des gemoets

Alle Dercks

Op de wijse: Gy Volckeren des Aertrijcks al. MYn hert is, Heer, in groot eenvout Ootmoedigh: oock en zijn niet stout Mijn oogen; ick derf niet bestaen Dingen die my te boven gaen. 2. Heb ick mijn boose lusten wilt Niet overwonnen en gestildt? Heb ick my alsoo niet verkleent, Als een kindt dat de Moeder speent? 3. Heb ick my niet gelijck, o Heer, Geacht als een kindeken teer? Iae als een gespeent kindt seer fijn?

Met recht mach ick verstooten zijn. 4. Israël sal van nu voortaen, Op den Heer zijnen Godt vast staen, En hopen op zijn goedigheyt, Van nu tot in der eeuwigheyt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof des gemoets · Alle Dercks · Poetry Cove