M
Mijn Godt voet my, als mijn Herder gepresen.134
Mijn Geest voel ik my dringen sterk.135
Mijn Godt waer zal ik heenen gaen.137
Mijn hert is, Heer, in groot eenvout.139
Mijn Ziel maekt groot den Heer.140
Mijn Ziel rijst uyt het stof.141
Mijn Ziel verheught haer in den Heer.143
Mijn Heer mijn Godt nu op my ziet.144