Skip to content
1732

Lusthof des gemoets

Alle Dercks

Op de wijse: Die niet en gaet in der Godtlosen raet. TOt u o Godt, Vader gebenedijt, Die in den Hemel hoogh verheven zijt, Soo roepen wy ootmoedigh altesamen, Vergadert hier in uwen Heyl'ge Name, En bidden u seer hertlijck met andacht, Neemt doch op ons bidden, en smeeken acht. 2. Doet ons bystandt, O Godt vriend'lijck Tot onse hulp', o Heere u doch spoet, (en soet, Geeft dat wy u woort en Hemelsche leere,

Vrugtbaerlijck horen, en verstaen, O Heere, Segent, en vernieut ons minst ende meest Door de gaven van u Heyligen Geest. 3. Alleen in u staet ons hulpe voorwaer, De wateren des levens suyver klaer Als eenen dauwe van den Hemel schoone, Laet nu in ons dalen, o Heer Ydoone, Ons' hert en oock al ons inwendigheyt, Tot Vruchtbaer aerde, door u kragt bereyt, 4. O onsen Godt Almachtigh ende sterck, Neemt wegh uyt ons al wat verstoort u werck Plant u woort vast, in onse herten binnen, Geeft dat wy u, oprechtelijck beminnen, Als bomen schoon seer Vrugtbaer, na u woort Veel goede vrugten stadigh brengen voort. 5. Verhoort ons doch, o Heere Zebaoth, Barmhertigh Heer, ende genadigh Godt, Segent u woort, wilt wasdom rijcklijck geven, Stort kracht in ons, om Heyliglijck te leven, Op dat wy u dagelijcks meer en meer, Door goede wercken geven prijs, en eer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof des gemoets · Alle Dercks · Poetry Cove