Skip to content
1732

Lusthof des gemoets

Alle Dercks

Op de wijse: Wilt my niet straffen Heere. EN straft my niet, O Heere In uwen toorne seere, Noch in u grammen moet, Want ick ben kleyn van weere, Swack ende teeder seere, Sterckt, O Heer, mijn gemoedt. 2. O Heer, schout hier beneden Op mijn arm' zwacke leden, Want kranckheyt hangt my an, Wilt my genade geven Na u woorden te leven, Heer, wilt mij stercken dan. 3. Mijn geest die is, O Heere Bedruckt, bedroeft, soo seere Met sorg' en swaren last, O Heer, hoe lang' sal 't duiren

Dat ick aldus moet truiren En zijn des lijdens gast? 4. Dus ligg' ick in der nachten Geswackt in al mijn krachten In mijn gedacht en ween, Heer geeft tranende oogen Dat sy doch weenen mogen, Wilt mijn ellend' aensien. 5. O Heer, doet van my keeren Dat wonderlijck useren Dat altijdt is in my, Groot is mijn overtreden, O Heer, ick moet u beden, Van 't sterven behoedt my. 6. Wie sal doch in der Hellen O Heer, u lof vertellen, Het is daer duyster nacht, Want onder alle dooden En worden dijn geboden Niet houden, noch geacht. 7. Mijn vyanden omringen My om neder te bringen, Sterckt my, Heere Godt soet, Soo sullen mijn vyanden Beschaemt staen, haer tot schanden, Dat gy, Heer, zijt soo goet. 8. Die dit Liet heeft gesongen Den strijdt is hy ontsprongen, Godt die heeft hem verhoort, Te Ghent voor groot en kleyne Betuygd' hy d' waerheyt reyne, En sterf om Godes woort.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof des gemoets · Alle Dercks · Poetry Cove