Skip to content
1732

Lusthof des gemoets

Alle Dercks

Op de Wijse: Den Ouden Abraham. HOe lieflijck en hoe fijn Is 't, en hoe Saligh mede? Wanneer gebroeders sijn Met malkander in vrede, In ware eenighede En in der liefden bandt; 'T vermagh in den gebede Seer veele van Godts handt. 2. 'T is boven maten soet, Als Godts Heyl'ge Dienaren, Gelijck een Balsems vloet By malkander vergaren, En met des Herten snaren Oeffenen soet gesanck, Den Heere der Heyrscharen Tot eere, lof, en danck. 3. 'T is beter eenen dagh, Te sijn in Godts voorhoven, Daer men van herten magh Des Heeren Name loven; Dan hier te sitten boven, Ter Werelt duysent jaer, 'T is beter sijn verschoven Van de Godtlose schaer. 4. Acht liefde boven al, Schoon gy hier niet kont erven, Van tijdelijck geval, Wilt liever alles derven Om liefde te verwerven, En denckt in elck saysoen, Ick wil veel liever sterven Als liefde hinder doen.

5. Dus Broeders waer gy sijt, Van goet doen wilt niet swichten, Dewijl wy hebben tijdt Laet ons malkander stichten, En ons licht laten lichten, Op dat daer uyt seer fijn Een jegelijck mach Richten, Dat wy Godts kinders sijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof des gemoets · Alle Dercks · Poetry Cove