1. ‘Leid ons niet in verzoeking.’
Sluit voor begeerte uw graag gezicht;
Zij loert om in uw borst te varen!
Sluit de oogen, vensters van het licht,
Indien gij wilt uw hart bewaren:
Want sluipt zij binnen 't zwak gemoed,
Zij zal bederf en jammer baren,
Een vuur ontsteken, dat nog jaren
In 't wreed gepijnigd binnenst' woedt.
De dingen zijn niet als zij schijnen:
De worm schuilt binnen geurig ooft,
En kleur van leven dekt venijnen.
Hij doolt zeer licht, die licht gelooft:
In paradijzen nest'len slangen.
De slangen schuilen boven 't hoofd,
Waar goude' en blozende appels hangen:
Wendt af het oog, wendt af de hand,
o Vat den Dood niet met uw tand!