7
Drieërlei is de roem, de kroon in den strijd van het leven.
Elk dier kroonen om beurt loone den mann'lijken geest:
Roem van wijsheid erlangt, wie, eigene zwakheid gedachtig,
Strijd, te zwaar voor zijn kracht, zij het zelfs vluchtende
(vreest.
Roem van moed is het loon van hem, die niet, vraagt
(naar den uitslag,
Maar zich werpt in den strijd liefst waar het felst
(wordt gestreên.
Roem van adel der ziel mag oogsten wie weigert te strijden,
Is de kans niet gelijk, moog'lijk 't verwinnen alleen.