16
Waarom zij niet naar 't eeuwige verlangen?...
Zij speuren niet, hoe Allah hen verblindt.
Hij spaart hun 't leed, het felle boezemprangen,
Aan hem bereid, die slechts het edelst' mint.
Met lonter wereldsch goed maakt Allah hen tevreden.
Wee hem, wiens eeuw'ge ziel genoeg heeft aan het heden!