18.
Leed en vreugd doen hier 't gemoed
Op hun stage deining golven,
Nu geteisterd en bedolven,
Dan gedragen door den vloed.
Doch het deinen komt tot rust!
Dan de scheiding: Wee den booze,
Eeuwig wee den goddelooze,
Maar den vrome hemellust:
Dag, waarop de somb're nacht
Nooit zijn aanval meer zal wagen;
Vruchten, die geen wormen knagen;
Leven, dat geen sterven wacht!
Olympia II en Nemea I.