7.
Geworpen was het lot,
De kranke jongeling ten dood reeds opgeschreven.
Reeds nadert met zijn staf de somb're, trouwe God
Die zielen begeleidt. Straks wordt de draad van't leven
Doorsneden. Lelie, roos, zij welken op de koon.
Daar is de dood. Zijn hand wordt dreigend opgeheven,
Maar zinkt uit eerbied neêr: de jong'ling was te schoon!
Olympia X.