Skip to content
1882

Gedichten

Allard Pierson

25.

Gouden harpe, Apollo's kleinood! In de trilling van uw snaren ruischt het woord van 't eeuwig Schoon. Dart'le jonkheid vlecht de reien, En in 't duister menschenharte gloeit de dichtvonk, op úw toon! In uw harmoniënstroomen Wordt de bliksemschicht der gramschap van den hoogstenGod gebluscht, En zijn aad'laar sluit de vlerken, Bij den golfslag van uw klanken 't spiedend oog in slaap gesust. 't Dichte woud der oorlogslansen Vlijt en buigt zich golvend neder als de halmen voor den wind. Hartstocht staat en toeft en luistert, Tot het in uw maat en orde zelfbedwang en rust hervindt. Heden, Toekomst; Aarde en Hemel; Wat de zinnen hier aanschouwen en wat eeuwig wezen moet, Voert uw tonenmeng'ling samen, Waarin alles, eén omarming, eén verrukking! zich ontmoet. Pythia I.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · Allard Pierson · Poetry Cove