Skip to content
1882

Gedichten

Allard Pierson

11.

'k Zag op den weg des levens de'Onbekende. ‘Ei, onderwijs mij, laat mij met u gaan.’ Doch hij: ‘niet dat ikzelf u van mij zende, Maar wat ik doe, gij zult het nooit verstaan. Gaat gij dus met mij, nooit mag u 't geduld ontbreken. Vraag niets; verstout u nooit het eerst tot mij te spreken.’

Ik nam het aan; en, in een boot gezeten, Zag 'k dat mijn gids een lek in 't vaartuig sloeg. ‘Wat? sijpelt niet het water door de reten? 't Gevaar was uit zichzelf al groot genoeg.’ Hij zag verwijtend me aan. ‘Verstout ge u 'teerst te spreken? 'k Heb 't u vooraf gezegd: Geduld zou u ontbreken.’

Wij gingen voort een wijle, en wij ontmoetten Een jongeling. Mijn leidsman sloeg hem dood. ‘Wat, wreedaard! zoekt ge op hem uw luim te boeten! Man zonder hart, maak mij zijn lotgenoot!’

Hij zag verwijtend me aan. ‘Verstoutge ú 't eerst te spreken? 'k Heb 't u vooraf gezegd: Geduld zou u ontbreken.’

En zoo ging 't voort. Ik moest gedurig vragen; Brak telkens weêr het eens gemaakt verdrag, Als 'k hem om beurt, wat 'k laakte of moest beklagen, En zonder doel naar 't scheen, verrichten zag... Wat, wat begrijpt ons hart van 's werelds duist're ellende? Wij wand'len met een nooit begrepen Onbekende.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · Allard Pierson · Poetry Cove