Skip to content
1882

Gedichten

Allard Pierson

40.

Eenige Jonkheid, o godd'lijke bode Van Afrodite's verrukk'lijke weelde! Nu wiegt ge in sluim'ring en zalige droomen, Toov'rend wat liefde en verbeelding begeeren, Nu wiegt ge in sluim'ring verteederde zielen, Die, door gebalsemde luchten gedragen, Dronken van liefde, bedwelmd van haar wellust, Leven door 't leven niet langer te voelen; - Dán doet gij plots'ling een stormwind ontwaken, Bron, gij! dier kracht die geen weerstand kan dulden; Alles veroov'rend in blakenden hartstocht; Kracht, eer de prooi van de klauwen des afgronds, Dan dat zij 't hart, dat zij aangrijpt, weer loslaat! Eenige Jeugd, in behoud en vernielen

Onvergelijkbaar, in lusten en driften Toovenaresse, gezant, gij! van Eros! Wat gij ook brengt: zij het dood, zij het leven, Ja, ook de dood, toont het waas van uw schoonheid Nemea VIII.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · Allard Pierson · Poetry Cove