7.
Wees, man van kracht! wees vol van teederheden,
Van liefde vol in de' omgang met de vrouw.
Al had zij ook veelvuldig overtreden,
Laat altijd plaats aan tranen van berouw!
Hoe licht verstoot gij haar, die God zelf tot u leidde,
En in wier liefde Hij het kost'lijkste u bereidde!
Geen valsche schaamt' moog' wie bemint, weêrhoûen:
Uw liefde maak' den kus der liefde buit!
Geef, geef uzelf in onbeperkt vertrouwen,
Stort heel uw ziel in uwe omarming uit!
Geen blos, o jonge vrouw! ontreinige u de wangen!
Als ge in zijn liefde stilt uw diepste zielsverlangen.