14.
Voer, zoete Vrijheid! voer uw minnelijk bewind,
Die over kleinen spreidt uw breede moedervleug'len,
En grooten de eerkroon toont in 't mann'lijk zelf beteug'len.
Wie u voor zich en and'ren mint,
Hij kent den band die 't krachtigst bindt.
Pythia XI.