8. De Wet der Dingen.
o Zoete liefdeband:
De golven kussen 't strand,
Als om tot weelde en lust het dorre duin te wekken;
Het klimop zoekt zijn stam; de zachte winden lekken
Het versch bedauwde land.
De hemel kust zijn bruid,
En alles kiemt en spruit,
En beurt het kopje omhoog om licht en dauw te drinken;
De stroom wil de'Oceaan in de open armen zinken,
En stort zich schaat'rend uit.
o Godd'lijk liefde-akkoord,
Van eeuw tot eeuw gehoord!
Eén zucht drijft al wat leeft, eén macht slaakt aller boeien;
't Hijgt alles naar elkaar, naar 't innigst samenvloeien,
En liefde alleen brengt leven voort!