7. In Weelde.
Duur lang, o zoete liefdepijn
Van liefdepijlen, diep geschoten!
Mijn dierste, smolt uw hart in 't mijn',
En werd mijn hart in 't uw' gegoten?
Ons heeft een macht, en niet van de aard,
Ononderscheidelijk gepaard.
Geef artsenij, o schoone mond,
En kus mijn kwijnend hart gezond!
Verzoet, vernieuw gestaag mijn lijden!
Gelijk het blozend morgenrood
De rozen uit zijn vollen schoot
Op 't half ontwakend veld laat glijden,
Zoo dauwe op mij en dale een vloed
Van kussen, die uw lippen wijden
Door de' allerreinsten liefdegloed!