17
God weet wie uit zijn heil'gen tempel komen,
Terwijl hun hart nog toeft in 's Heeren huis.
o Zachte vrede in 't ernstig hart der vromen,
o Stil gepeins, u stoort geen aardsch gedruis!
Vult lied en altaargeur des heiligdoms gewelven,
Hen laaft de vruchtb're dauw van de' inkeer in zichzelven.