38.
Schepsel van een enkel etmaal,
Vraagt de mensch zich angstig af:
Beide, wat hij is en niet is,
Van de wieg tot aan het graf?
In zichzelf een schim, een droombeeld,
Zonder wezen, kleur of toon,
Leeft hij dán eerst, als op 't leven
Valt een straal van 't godd'lijk Schoon
Pythia VIII.