Skip to content
1750

Mengel-digten

Aletta Beck

Sang.

Wie set myn Voet, Die hier verhuisen moet, In een bestendig goed! Geen Kroon of Schepter-Staf Houdt my van boven af; Als gy ô God uw blinkende Staffieren Gebied, om laag myn Zegenkoets te vieren, Om door myn reis Te vliegen na 't Paleis. Daar sal myn mont Op een Asuren gront U eeuwig maken kond;

De Werelt my veragt, Maar 'k heb haar doen belacht: Nu gy myn hooft met eeuwige Lauwrieren Voor aller oog tot een Triomph sult sieren: En haar tot spot, My syn een Salig God.

Den Sang geëindigt, zie ik uit den hoogen Een Wolk-gespan bedekken 't Opperkleed; En als een Star verschietse voor myn oogen. 'k Onwaak van schrik en angst, een droppel sweet Hangt aan elk Hair, en 't siddren van myn leden Heeft in der haast myn Slaapsugt afgesneeden.

1702.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengel-digten · Aletta Beck · Poetry Cove