Lied.
Dorre bladerloose Boomen,
Vee, en Dreven, Pluimgediert
Nimphen van de Waterstromen!
Ei met my dees Jaardag viert!
Die ik met een Zegen groet,
En u alle bly ontmoet.
Of veel liever Speelgesellen!
Meisjes, fix, en afgeregt,
Om de Veldfluit wel te stellen,
Trots de beste Landsheers knegt;
Die ik met een Zegen groet,
Op dit Feest verblyd ontmoet;
Singt Astrea nu ter eeren,
Helpt my vieren desen dag
Die tot ons wil wederkeren
Vrolyk, als die voormaals plag;
Die ik met een Zegen groet
Met u alle bly ontmoet.
Is sy ons gesigt ontvaren,
Sit sy by de Zuider-Son;
'k Sie haar voor myn ogen waaren;
Philadelphia die kon
Nooit ontrekken 't levend beeld,
Dat my voor de sinnen speelt.
'k Kan, nog wil haar niet vergeten:
'k Wens haar alle heil en goed,
Daar sy heden is geseten;
Alle soort van overvloet,
Al de volheit van dat land,
Schenk haar 's Hemels milde hand!
Met veel Ziele-ryke gaven,
Hoop, Gelove, Liefde, Rust;
En in 't einde 's Hemels haven;
Als sy na haar's herten lust,
Sat van dagen hier benêen
Heeft geleeft steeds wel te vreên!
CLORIS; of na gewoonte, W. SIMMERS.