Skip to content
1709

De rymwercken

Aernout Overbeke

De reukeloose.

Of schoon de Reuk u deed' beminnen, 't Geen u 't zoetste scheen; Ik schat de Reuk de minkste der Vijfzinnen En vermaeklijkheen. Roemt op uw Reuk, soo veel 't u lust; Door Reukloosheyt mijn lust wert uytgeblust, Om mijn vermaek in kouw te vinnen, Om mijn vermaek, &c.

Heeft dan mijn Neus geen Reuk verworven Van Parfum, nog ook Van Muskus, 't Breyn is weder niet bedorven, Door haer scherpe Rook. Weg met Civet, en al het geen Naer Wierrook sweemt, de vrugten der Sabeên; 'k Ben zulk een laf heyt afgestorven. 'k Ben zulk een, &c.

Laet Poel, Privaet, of Goot soo stinken, Dar het hert u borst; 'k Sal om dien stank niet eens te minder drinken, Met of zonder dorst. Om Duyvelsdtek, nog Strinkgranaet, Ik in den krijg noyt Oorlogsschip verlaet; Geen Stinkpot doet my 't hart ontzinken, Geen Stinkpot doet, &c.

Had Glieken eer de Reuk verlooren In 't Troyaensch gezigt;

Geen rasse dood haer was uyt Pest gebooren, Door Apollos Schigt. Had Romen mê die gonst genoot', Eer Curtius vol moed haer Poel toesloot! Nooyt droevig eynd hem was beschooren, Nooyt droevig, &c.

Indien, ô Prins, de Min u porden Om een hupze Meyt, Uw Priem en Zabel vast aen 't Lijf te gorden, Naer uw zindlijkheyt; En dat uw hand juist in en Kreuk, Vol vischreuk raekte, zijt maer zonder reuk; Nu gy weer jarig zijt goworden, Nu gy weer &c.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De rymwercken · Aernout Overbeke · Poetry Cove