Toegift.
1.
Virgilius, met zijn Trovaensche gedachten,
Was bezig met greynen by dach, en by nachten,
Was bezig met &c.
2.
Ovidius raekte een schandelijke Balling
Om dat hy met Julia te veel in de Stal ging,
Om dat hy met &c.
3.
Horatius, die Leepoog, en ongemeen' Kl...
Was Caesers Panlikker, en Mecenas Flikfloyer,
Was Caesers &c.
4.
Martiales is stigt'lijk, maer scheert 'er de gek mêe;
Hy spreekt van een Kous, of hy van een stuk Spek snêe,
Hy spreekt van een &c.
5.
Wie heeft grooter Gek als Lucanus gekeken;
Die met zijn pen heeft zig sellefs doot gesteeken!
Die met zijn &c.
6.
Soo dat ik van heden nog gistren heb geweten,
Du de Spiritus van Gekheyt zit in de Poëten,
Dat de Spiritus &c.
7.
Nog zijn ze my welkom met al haer groove dooling;
Om dat ik wel eertijts met haer in een School ging,
Om dat ik wel &c.
8.
Sy hielpen my stempen; wie wouder voor dood sijn?
Hier ziet gy wat trouwe Vrienden in noot sijn,
Hier ziet gy &c.
9.
Weest welkom dan Gekskens, en drinkt fray in orden;
Want wie hier geen Gek is, die moet'er een worden,
Want wie hier geen &c.