Skip to content
1709

De rymwercken

Aernout Overbeke

De ongevoelige.

Wie beroemt zig op hooge gedagten, En Braveert op Augustus troon, 't Geluk der ontmenscht Goon? Die door alle d' onlijdelijkheen Vier en water verdroeg; storm en swaert heeft geleen;

En 't Gevoel niet verachte, Wanneer hy nu stak in sijn dringenste noot, En geen uytkomst en sag dan de bleeke Doot.

Siet, mijn Ongevoel moet vol loven, Die veel van de Scheepvaert houdt, Of sigh op sijn Rapier verrrouwt: Die de vlam van een sin vlugge schicht In sijn borst snel verkreegh, door het lief Blinde wicht. (Dat geen water kan dooven, Noch yskoude vocht sich vertoonde soo koel) Sonder reden verachte mijn Ongevoel.

Wie verkreeg 'er toch in sijne beenen De Rijkemans Podagra, Of de Gicht, of he Cheiragra, Wie toch pijn in sijn hooft; in sijn tandt; En voor Ongevoel wenschte de helsche Brandt? Die soo dul is gescheenen, Dat liever te lijden had droef en quaet; Dan door Ongevoel soeken sijn droef heyt baet?

Geen Alcides, hoe groot van vermogen; Door de Door en 't Vuyr begrenst, Niet om Opgevoel heeft gewenscht. Geen Apol. die sijn voerman verloor, Door de kracht var Saturnides blixem gloor, En met tranende oogen, En reden, mijn Ongevoel niet en was lief; En boven sijn Goddelijck wesen verhief.

Laet mijn Ongevoel u niet verdrieten, Nu gy vreugdigh in desen tijt, Prince van eeren, weer jarigh zijt;

Shoon een ander, in steê van uw Taert, Liever wenschte om Rodemonts Hillebaert Laet ons liever genieten Uw mildheyt van Taerten en lekkere Wijn, Die van 't mes en van tant ongevoelig zal zijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De rymwercken · Aernout Overbeke · Poetry Cove