Een Troost-Liedt, In betrachting van den Jongsten Dagh. Stem: Als 't voorgaende.
A. V. O.
WAer zijn mijn vlugge dagen heenen?
Niet anders als een roock verdweenen;
Waer is mijn jeught, die ick nu mis?
Mijn jaren hebben my begeven,
Ick ben ten eynde van mij leven
Eer dat ick weet wat leven is.
2.My dunkt ick hoor Gods stem al klinken,
Ick sie den laetsten morgen blinken,
Ick hoor de weckende basuyn
De menschen tot de vyerschaer nooden,
Wanneer hy uytblaest, komt ghy dooden
Rijst weder uyt het stof en puyn.
3.Wat donder slaet, wat buld'rend weder,
Met sulck gewelt de toorens neder
Als dees' gedachten doen mijn hert?
Wat raedt Heer voor uw trouwste knechten,
Indien na strengheyt uwer rechten
Ons heele doen gerekent werdt?
4.Indien men rekenschap moet geven
Van alles dat 'er is bedreven,
Men vondt' er van geen duysent een
Die voor u met gesonde reden
Sijn doen souw weten te bekleden,
Soud ick 't dan wesen Heer? o neen.
5.Dies bidd' ick Iesus om uw lijden
Daer ghy de menschen mee bevryde,
(Waer onder ick my selven tel)
Dat ick, wanneer ick werd herbooren,
De stem van uw gena mach hooren
Met Abraham, en Israël.
6.Wanneer ghy met een liefde-teecken
Aldus uw dienaers aen sult spreecken,
'k Maeck u mijn Engelen gelijck,
Treedt aen mijn Broeders, komt vry nader,
Ghy zijt gezegent van mijn Vader,
Komt erft met my het Hemelrijck.