Skip to content
1663

De psalmen Davids

Aernout Overbeke

Een Troost-Liedt, In betrachting van den Jongsten Dagh. Stem: Als 't voorgaende. A. V. O.

WAer zijn mijn vlugge dagen heenen? Niet anders als een roock verdweenen; Waer is mijn jeught, die ick nu mis? Mijn jaren hebben my begeven, Ick ben ten eynde van mij leven Eer dat ick weet wat leven is. 2.My dunkt ick hoor Gods stem al klinken, Ick sie den laetsten morgen blinken, Ick hoor de weckende basuyn De menschen tot de vyerschaer nooden, Wanneer hy uytblaest, komt ghy dooden Rijst weder uyt het stof en puyn. 3.Wat donder slaet, wat buld'rend weder, Met sulck gewelt de toorens neder Als dees' gedachten doen mijn hert? Wat raedt Heer voor uw trouwste knechten, Indien na strengheyt uwer rechten Ons heele doen gerekent werdt? 4.Indien men rekenschap moet geven Van alles dat 'er is bedreven,

Men vondt' er van geen duysent een Die voor u met gesonde reden Sijn doen souw weten te bekleden, Soud ick 't dan wesen Heer? o neen. 5.Dies bidd' ick Iesus om uw lijden Daer ghy de menschen mee bevryde, (Waer onder ick my selven tel) Dat ick, wanneer ick werd herbooren, De stem van uw gena mach hooren Met Abraham, en Israël. 6.Wanneer ghy met een liefde-teecken Aldus uw dienaers aen sult spreecken, 'k Maeck u mijn Engelen gelijck, Treedt aen mijn Broeders, komt vry nader, Ghy zijt gezegent van mijn Vader, Komt erft met my het Hemelrijck.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De psalmen Davids · Aernout Overbeke · Poetry Cove