Skip to content
1663

De psalmen Davids

Aernout Overbeke

Troost-Liedt, In aenvechtinge over de sonden. A. V. O.

'k VRees hier hant of voet te stooten, 'k Sta als een gebooren blinde, Rondsom in een perck beslooten, Daer geen uytgang is te vinden; Duyvel, Hel, en sijnen aenhang Heeft my beset, Wat ick doe of wat ick aenvang Ick ben in 't net. 2.Eenen uytgang staet noch open, Dat 's tot Godt, die vol genaed' is, Maer wie derft een padt oploopen Daer maer een goet, duysent quaet is? Laet uw' stem Heer van u uytgaen, Ontsluyt uw' mond', 'k Sal dan gaen op het geluyt aen, Of ick u vond'.

3.Ghy, ghy schiept ons lijf en leven, Vensters die in 't voorhooft pasten Maeckte ghy, wilt my dan geven Mijn gesicht, of klooft de basten Van malkander, smeert de schellen Met weynigh kley, Of sy bersten van opswellen Door mijn geschrey. 4.d'Appels zijn beset met puysten, Maer door kracht van uwe woorden Siet mijn hert op dien Gekruysten Die het helsche Heyr verstoorde, Dat het wijcken most met schande, En snel vergaen, Even als de Schepen stranden Door een Orcaen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De psalmen Davids · Aernout Overbeke · Poetry Cove